Muriel Bakker, januari 2026
Van binnenuit, maandelijkse column over wat de buitenwereld van binnen teweegbrengt
Blessuretijd
Het WK voetbal staat weer voor de deur. Tegelijkertijd nadert de formatie van een nieuwe regering haar ontknoping. Twee totaal verschillende werelden.
Dacht ik.
Tussen twee sessies met cliënten door staar ik uit het raam. Een grijze lucht, regen die recht naar beneden valt. Langzaam vormt zich in mijn hoofd een elftal van politici. Niet alleen de mensen van de formatietafel verschijnen, maar ook de politici die zich hardnekkig in mijn hoofd hebben genesteld. Ik plaats iedereen op de mat. Het fluitje klinkt. Meningen staan op scherp.
Politiek Oranje begint met een discussie over wie de spits is, dus Rob Jetten trapt maar af. Naar voren, vol energie. Hij roept dat dit het voetbal van de toekomst is en sprint zelf achter de bal aan.
Vanaf links jaagt Jesse Klaver met grootse gebaren en tomeloze inzet. Hij heeft alleen geen zicht op de bal. Esther Ouwehand is er als de kippen bij: scherp, snel, duelzoekend. Ze wijst op scheve verhoudingen en roept dat Klaver moet worden aangespeeld. Klaver knikt, zwaait wild, en rent vervolgens over de zijlijn.
Op het middenveld probeert Henri Bontenbal orde te scheppen. Met technisch correct spel wil hij de bal fatsoenlijk voorin krijgen. ‘Niet zo ingewikkeld doen!’ klinkt het vanaf de tribune.
De bal belandt onbedoeld, met een halve omhaal, bij Dick Schoof. Hij staat vermoeid onder de lat, alsof hij daar permanent verblijft. Hij weet: als het misgaat, zal ík het stamelend moeten uitleggen. Schoof rolt de bal naar Dilan Yeşilgöz, rechtsback. Zij weigert over links te spelen en dus volgt een lange bal over rechts.
Geert Wilders pikt de bal op, duidelijk buitenspel, maar niemand fluit. Hij dendert door het midden. Ouwehand stapt in en maakt bezwaar: ze vindt de actie ecologisch onverantwoord. Gejoel van links. Boegeroep van rechts. Het spel ligt stil. Even is er ruimte. Alleen niemand maakt er goed gebruik van.
Langs de lijn staat Caroline van der Plas, stevig. Deelt gratis bier uit aan haar achterban. Aan de andere kant raakt Thierry Baudet verstrikt in een discussie met de lijnrechter over de ondergang van het moderne voetbal en de beschaving. Hij buigt licht naar het publiek.
Martin Bosma, hoorbaar gelukkig als stadionspeaker, draagt een gedicht van Jules Deelder voor. Alsof poëzie hier nog orde kan scheppen.
'je bent overal
in de ruimte
die je inneemt.'
Het blijft even hangen. Dan gaat het spel weer verder.
Opvallend is dat Pieter Omtzigt ook aanwezig is. Als reserve op de bank. Klaar om in te vallen? Hij knikt, schudt nee en vraagt of dit wel het juiste moment is, en wat de gevolgen zijn na de wedstrijd.
Na negentig minuten, plus blessuretijd wegens procedurele vragen, klinkt het eindsignaal. Eindstand nul-nul.
Bij de interviews zegt Wilders dat het systeem flut is. Klaver ziet "aanknopingspunten". Van der Plas vond het “gewoon een stevige pot”. Schoof waardeert het balbezit. Yeşilgöz benoemt dat er grenzen zijn bewaakt. Ouwehand vraagt wie die grenzen trekt en wijst op de adders onder het gras. Bontenbal knikt en hekelt de blokkades. Jetten noemt het “een begin”.
Omtzigt zegt dat hij erop terugkomt. Via een achterkamer verlaat hij stilletjes het stadion.
Na vijf minuten valt het eindelijk stil in mijn hoofd. Het stadion loopt leeg. Ik kijk weer naar buiten. De regen is overgegaan in druppels. Ik voel mijn schouders zakken, neem een ademteug en bedenk: soms belanden we van de regen in de drup, en blijken mijn gedachten minder gek dan de werkelijkheid.
Dan draai ik me om en haal mijn volgende cliënt uit de wachtkamer.