Muriel Bakker, juni 2026
Van binnenuit, maandelijkse column over wat de buitenwereld van binnen teweegbrengt
Nog een laatste keer
Elf jaar lang, twee keer per week, deed ik het zonder erbij na te denken. Nu maak ik me op voor de laatste keer. De laatste keer het hok van Smurf schoonmaken. Smurf is ons konijn. Wás ons konijn. Terwijl ik de laatste keutels opruim en het onaangeroerde etensbakje leeg, maak ik een onverwachte reis langs voorbije momenten.
Al een week wacht dit moment op me. Niet omdat ik wilde wachten. Juist niet. Toen ik met een leeg mandje terugkwam van de dierenarts, wilde ik alles meteen opruimen. Maar het kon niet: de groenbak zat vol en werd pas deze week geleegd. Nu is dat gebeurd. Een lege groenbak, een hok vol stro en keutels in de tuin. Nog nooit voelde dit karweitje zo geladen.
De geur van het stro brengt me terug naar het begin. Onze kinderen zijn drie en vijf als we Smurf krijgen. Ze zitten op de bank. Smurf zit tussen hen in, op een handdoekje, met wat stro nog in haar vacht. Ze wordt fanatiek geaaid om haar tam te maken. Dat was het advies van de vrouw van de konijnenopvang.
Met het waterflesje in mijn hand gaan mijn gedachten naar vorige week. Ik zei tegen de kinderen: ga Smurf nog maar een keer aaien, het zou zomaar de laatste keer kunnen zijn. Mijn puberzoon van zestien, één meter negentig, komt na wat aansporen van het toilet (en zijn telefoon) vandaan. Hij bukt zich, aait Smurf en zegt: ‘Ze heeft een mooi leven bij ons gehad.’ Ik slik. Ik zie zijn blik waterig worden. Mijn dochter zit naast Smurf op de grond. In stilte vormen haar tranen een plasje naast hen.
Ik leeg het waterflesje en leg het op zijn kant in het hok.
Ondertussen dringt zich iets anders op. Smurf heette niet zomaar zo. Als kind had ik zelf een konijn met die naam. Een mannetje. Ik zie ons weer bij de dierenarts: mijn moeder, het konijn en ik. Ook hij moest worden ingeslapen. Wat me het meest is bijgebleven, is niet het konijn, maar mijn moeder. Haar tranen. Alsof ik toen besefte dat verdriet niet verdwijnt als je ouder wordt.
Onder de tuintafel ligt nog een hoopje hooi. Ik pak het op. Wat voelt het zacht. Wat ruikt het nog vers. Hier sta ik dan. Met een hok, zonder Smurf. Nóg een keer. In de positie van mijn moeder toen. Verdriet blijft niet alleen, het krijgt meer lagen, merk ik nu.
Ik doe het deurtje van het hok dicht. Elf jaar lang was het een gewoonte. Vandaag was het afscheid.