Muriel Bakker, mei 2026
Van binnenuit, maandelijkse column over wat de buitenwereld van binnen teweegbrengt
Sociale waaghalzen
Op groepsreis gaan is deelnemen aan een intens sociaal experiment. Geen vrijblijvend uitje, maar een gedurfde onderneming die je niet moet onderschatten. Mijn gezin (mijn vriend, onze twee tieners en ik) besloot zo’n avontuur aan te gaan in Thailand. We kozen voor een groepsreis uit praktische overwegingen: goed georganiseerd, een strak reisschema en – vooruit – de hoop dat het ook gezellig zou zijn voor de kinderen.
Drie weken lang zouden we optrekken met vijf andere, totaal onbekende gezinnen. Toen beseften we het nog niet helemaal, maar dit was geen vakantie. Dit was sociale blootstelling zonder nooduitgang.
De start
Op het vliegveld is de spanning meteen voelbaar. Er is nog geen reisleider en geen duidelijk verzamelpunt. Maar je wéét: ergens hier lopen ze rond. Onze groepsgenoten.
Die man in zijn afritsbroek. Zou hij erbij horen? En die vrouw naast hem, verdiept in een reisgids over Thailand? Hun tienerdochter draagt een verrekijker. Een verrekijker. Op Schiphol. O jee. Die zijn voorbereid.
We kijken. Twijfelen. Lopen we erheen? Of blijven we nog even veilig in onze eigen bubbel?
De kennismaking
Bij de tussenstop ontkom je er niet meer aan. Handen worden geschud. De eerste gesprekken ontstaan.
‘Zijn jullie vaker op groepsreis geweest?’
‘Waar wonen jullie?’
‘Waarom deze reis?’
Ik hoor mezelf de vragen stellen. Automatisch. Terwijl ze me eigenlijk niet zo interesseren.
Ik wil iets anders weten. Waarom draagt die man nú al een afritsbroek? Wat is het plan? Gaat hij straks halverwege de vlucht zijn pijpen eraf ritsen? Wie heeft ooit besloten dat dit een goed idee was?
En die verrekijker. Hoe ging dat gesprek thuis?
‘Lieverd, neem die mee. Je weet maar nooit.’
Het zijn geen vragen die je stelt bij een eerste kennismaking. Dus ontstaat er iets dubbels. Een keurig gesprek aan de buitenkant. En daaronder een stroom van ongefilterde nieuwsgierigheid die nergens heen kan.
De sociale dynamiek
Na de eerste gesprekken begint het pas echt. Je wordt ondergedompeld in een continu spel van sociale verhoudingen.
Binnen een dag zie je het al: wie altijd het voortouw neemt, wie achteraan loopt, wie alles regelt en wie zich daar stilletjes aan ergert. Wie makkelijk contact maakt. Wie aftast. Wie observeert.
En ondertussen speelt er van alles in je hoofd. Vind ik hen leuk? Vinden zij mij leuk? Met wie klikt het? En hoe zit dat bij de kinderen?
Iemand stelt voor een WhatsApp-groep te maken. Natuurlijk. Dat hoort erbij. Maar zelfs dat voelt als een mini-beslissing: pak ik dit op of wacht ik af?
Er is geen pauzeknop. Geen moment om afstand te nemen. Je zit erin. Continu.
Geen filter
In het dagelijks leven hebben we eindeloos veel manieren om afstand te houden. We kiezen wat we laten zien. We filteren, sturen bij, scrollen door. Op groepsreis kan dat niet. Je leeft drie weken lang in één gedeelde werkelijkheid. Niemand kan weg. Niemand kan zich echt verstoppen. Vroeg of laat wordt iedereen zichtbaar.
En gek genoeg is dat niet ongemakkelijk. Het is verfrissend.
Langzaam verdwijnen de eerste indrukken. De afritsbroek krijgt een verhaal. De verrekijker ook. Mensen worden minder een verzameling eigenaardigheden en meer… mensen.
Drie weken geleden vroeg ik me af of ik überhaupt een gesprek met hem wilde aanknopen. Nu weet ik precies hoe zijn vrouw hem die broek heeft aangepraat.
Het afscheid
Drie weken later staan we weer op het vliegveld. Maar nu als groep.
Er wordt gelachen om grappen die niemand anders begrijpt. Kinderen hangen tegen elkaar aan alsof ze al jaren bevriend zijn.
De man met de afritsbroek geeft me een stevige knuffel.
We nemen afscheid met tranen in onze ogen en de treurige belofte:
‘We appen…’
Alsof dat ooit genoeg gaat zijn.